Maandag, 9 december 2013


Muziektherapie (Les 13)handtrommels

Vandaag het bewegingsliedje ‘Adewiedewanseltje’. Al weer een tijd geleden heb ik de kinderen dit liedje geleerd. Het liedje wordt mee getikt op de benen en op het laatste woord ‘ja!’ verzinnen de kinderen een beweging. R. is wat afwezig en komt moe over. J. vertoont negatief gedrag naar A. Ik krijg de indruk dat dit de naweeën van de Sinterklaas drukte zijn. Maar gaandeweg raken de kinderen meer betrokken bij het liedje en doen ze beter mee. R. verzint op het woord ‘ja!’ om met de handen op je stoel te tikken. J. verzint het aantikken van je neus en A. het aantikken van je oren. Met de accordeon erbij doen we alles in deze volgorde achter elkaar.

De kerstgedachte leeft al zo blijkt, want R. zegt met een brede glimlach opeens ‘kerstboom’. Mama had net nog, voordat muziek begon, een boekje voorgelezen over kerst en daar zal het vast en zeker vandaan komen. Er volgt een gesprekje over kerst. J. vertelt dat ze een boom gaan zagen. Daar kennen we natuurlijk een liedje over en we zingen ‘Zagen, zagen, wiede wiede wagen’. R. doet heel mooi het piepgeluid van een muis en ik laat hem dit geluid behorend bij de tekst maken. Ook beelden we de zaagbeweging erbij uit (hoewel J. al heel wijs heeft toegelicht dat je voor de boom een elektrische zaag gebruikt!)

In de andere zaal maken we vandaag gebruik van zogeheten sound shapes (soort handtrommeltjes). Deze hebben verschillende maten waardoor ze verschillen in klank (hoe groter, hoe lager de klank). Ik oefen met de kinderen in het doorgeven van een eenvoudig ritme. Daar is heel veel concentratie voor nodig. Door het ritme hardop mee te tellen lukt het best goed en het ritme gaat 1-voor-1 de kring rond. Ook heel knap dat de kinderen niet door elkaar heen spelen, maar op hun beurt kunnen wachten! Daarna een iets moeilijker opdracht: weer 1-voor-1 de kring rond, maar nu mag je zelf weten welk ritme je speelt. De moeilijkheid zit in het feit dat het voor de kinderen minder structuur bevat: want wanneer stopt die ander zodat ik aan de beurt ben? en wat moet ik zelf spelen en hoe lang? Zo oefenen we bij deze opdracht de flexibiliteit, het leren omgaan met onvoorspelbaarheid. R. neemt de tijd voor zijn ritme en is geneigd lang door te blijven spelen, waar J. moeite  mee heeft en ongeduldig van wordt. Ik dirigeer de kinderen er letterlijk doorheen, waardoor ieder trommelstukje kort blijft en het in het kringspel goed verloopt.

Voor het eindliedje op piano ruilen de kinderen onderling van sound shape. Dit verloopt naar ieders tevredenheid. Fijn dat ze dit zo samen kunnen!

Elsbeth

No comments yet.

Geef een reactie

:wink: :-| :-x :twisted: :) 8-O :( :roll: :-P :oops: :-o :mrgreen: :lol: :idea: :-D :evil: :cry: 8) :arrow: :-? :?: :!:


Subscribe

Subscribe to our e-mail newsletter to receive updates.

, , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , ,