Vrijdag, 10 oktober 2014


Combilessen (Les 27): Aladdin en zijn moeder…DSC08621

Doel van de les:  spelen, dansen, zingen, verbeeldingskracht stimuleren, leren omgaan met  dingen die je moeilijk vindt, samen een verhaal spelen.

Vandaag zijn we opnieuw met z’n tweeën. Het is net voor de herfstvakantie. De drie tekeningen heb ik opgehangen (en volgens mij hangen ze er nu nog).

We zingen samen: ‘Hallo Sandra, ik ben Sandra! Kom er bij!’ het namenliedje en ons opwarmliedje Rektime. Maar na het eerste couplet krijg ik al te horen: ‘Nu niet meer. Ik ben te moe.’

‘We gaan toch verder met Aladdin?’,  vraagt het kind enthousiast? ‘ Ja’, zeg ik. ‘Jippie!’. ‘Vandaag gaat Aladdin naar de markt’, vertel ik. ‘Wat gebeurde er de vorige keer?’, vraag ik. Op verzoek van het kind spelen we de hele vorige aflevering nog een keer. Het vindt het heerlij, het ongehoorzame kind te spelen met de lieve, maar ook gekke moeder die af ten toe in een soort heks verandert als Aladdin niet luistert. Opnieuw ligt Aladdin te slapen in zijn bed en slaapt en slaapt en slaapt. Terwijl de wekker gaat en de moeder hem roept en roept en roept en ten slotte krijst dat ie naar beneden moet komen. En eindelijk komt Aladdin als ie heeft gehoord dat er pannenkoeken op hem staan te wachten. Aladdin is erg stout. Om zijn moeder af te leiden  en de pannenkoeken op haar bord ook op te kunnen eten, wijst hij met zijn vinger naar iets in de lucht en zegt ‘kijk eens wat daar is’, en de moeder kijkt en kijkt en kijkt, soms ziet ze zelfs iets en dan heeft Aladdin de pannenkoeken van haar bord al gekaapt en snel in zijn mond gepropt. Natuurlijk wordt de moeder dan verschrikkelijkk boos. Hetzelfde trucje doet Aladdin ook als zijn moeder vraagt dat ie toch niet stiekem koekjes uit de koektrommel mee heeft genomen voor onder weg naar school. Natuurlijk eet Aladdin de hele koektrommel leeg en natuurlijk wordt de moeder heel erg boos. Aladdin heeft niet veel tijd meer, want de school begint bijna en hij wil weg rennen, maar zijn moeder zegt huilend dat ze niet opnieuw de afwas alleen wil doen en dat ze ook zo naar haar werk moet. Aladdin is daar wel gevoelig voor en helpt dan even met de afwas. Gelukkig. Aladdin, of eigenlijk het kind, vraagt waarom Aladdin eigenlijk geen vader heeft en geen broertje of zusje. Ik zeg dat dat nu eenmaal zo is, ‘Misschien is de vader al heel lang weg’. Ik vraag of we nu van rol kunnen wisselen, maar dat wil het kind niet. Nee we moeten door naar school, naar de strenge juf. Daar aangekomen moet ik de juf spelen en heel streng zijn tegen Aladdin. Ik doe mijn best. Aladdin is eigenlijk te laat. Er moeten sommen worden gemaakt. De juf verzint een paar ingewikkelde en onmogelijke sommen. Aladdin snapt er  niks van en vraagt wat al die tekentjes betekenen? De juf zegt dat ze het echt niet gaat voorzeggen en dat hij ze zelf moet oplossen. Na wat foute antwoorden vindt Aladdin wat creatieve antwoorden en zijn de sommen opgelost. Hij krijgt drie krullen. Aladdin laat zien hoe dat moet. Dan moet hij taal doen stelt Aladdin voor. Dat is niet zo ingewikkeld. Het is een invuloefening. Heel snel weet Aladdin alles in te vullen: ‘De koe zegt boe en is moe’. Aladdin wordt weer stout en begint allemaal boertjes in de klas te laten. Met zichtbaar genoegen. Hij kijkt hoe de juf reageert. De juf springt uit haar vel en Aladdin geniet. Hij moet straf en dus schrijft de juf met houtskool op papier: Ik mag geen boertjes laten in de klas. Voor straf moet hij dat 100 x opschrijven. Maar oh oh, wat doet Aladdin daar lang over. Als ik voorstel dat Aladdin nu naar buiten gaat, dat ie nog naar de markt gaat, want het verhaal moet nog verder, zegt Aladdin dat hij eerst zijn strafwerk af moet hebben.  Ik speel het liedje van de vorige keer:

 Ik hou van fietsen, voetballen, buiten spelen,van koekjes en van snoepjes, verstoppertje spelen. Ik wil niet naar school en spijbel het liefst. Ga je mee met mij – je mag mee op m’n fiets.

Koekjes met pinda, amandelen, rozijnen,Krenten en kokos, vruchtenlimonade. Dropjes en kauwgom, lollies en pata. Ik moet toch wat eten, weet jij misschien nog wat?

En ik vertel over Aladdin. Dat ie naar de markt gaat om snoep te kopen, veel dingen met suiker. Dat vindt Aladdin wel wat. Ik zing voor hem op de gitaar: Op de markt is een kraam met snoep en drop.En als ik het kon dan at ik alles op.Hard of zacht en zout of zoet.Veterdrop is lang en het smaakt zo goed.Kersjes zijn rood en ze smaken zo goed.

We tekenen de veterdrop en het spekkie. Aladdin vindt het nu wel genoeg. ‘Nee’, zeg ik, hij ontmoet nog een geheimzinnige man, een tovenaar, met een puntmuts en sloffen. Ik lees het verhaal voor. Na een beetje aandringen speelt Aladdin mee. Ik maak een toverring van tape, maar die wil Aladdin niet om. ‘Dat hoeft niet’,  zegt hij. Ik protesteer zonder succes dat hij dan niet kan toveren zo meteen. De man met de puntmuts, sloffen en lange baard vraagt Aladdin of hij nog meer snoep en mooie dingen wil hebben. Dat wil Aladdin wel. Na heel lang lopen komen ze bij een parkje met een grote putdeksel. ‘Die moet jij optillen’,  zegt de geheimzinnige man. ‘Alleen iemand die Aladdin heet kan hem optillen’. ‘Wat zit daar achter die deksel’, vraagt Aladdin. ‘Kijk maar’, zegt de man. En Aladdin tilt de deksel met gemak op en ziet een groot gat. ‘Spring daar nu in en dan kom je in een schitterende tuin met allemaal bomen met snoepjes, dadels, fruit, de lekkerste en schitterendste dingen. Maar alleen als je lamp die aan de mooiste boom in de tuin hangt, meeneemt, kun je alle snoep van de wereld krijgen die je wilt hebben’. De tovenaar lacht gemeen. Aladdin verdwijnt in het gat en inderdaad belandt hij in een prachtige tuin. Het lijkt wel alsof Aladdin in een droom stapt. ‘In een droom stappen’, zegt Aladdin. Dat begrijpt hij niet helemaal. ‘Het lijkt op een droom’, zeg ik. Ik zet wat droommuziek op. Aladinn staat in de mooiste tuin die hij ooit gezien heeft. Er groeien prachtige bloemen die hem schitterend toelachen alsof het allemaal zonnetjes zijn en hij ziet planten en bomen staan in de tuin, behangen met allemaal heerlijke zuurstokken, lange dropveters, spekkies, lollies, chocolaatjes, dadels en de lekkerste vruchten: sinasappels, aardbeien, kersen, peren, glimmende appeltjes. En alles ruikt zo heerlijk. Aladdin stapt rond en doet zijn best alles goed te ruiken en te zien. ‘Nu ben ik Aladdin’,  zeg ik. Eigenlijk heeft Aladdin geen zin om de tovenaar te spelen. Ik speel dat ik verdrietig ben omdat ik ook even Aladdin wil spelen. Het werkt. ‘De sloffen passen precies’, zegt het kind opgetogen. En de puntmuts maken we op maat met wat tape. Mijn Aladdin is niet zo gretig met het meegaan met de tovenaar. ‘Ik mag niet met vreemde mensen mee van m’n moeder en helemaal geen snoepjes aannemen’, zeg ik. Toch ga ik mee en til ook ik de deksel van de put en verdwijn in het gat (een slappe hoed die we omkeren). Voor ik het weet val ik door het gat en stap ik door een deur een prachtige tovertuin binnen. Het is inmiddels tijd. We kloppen onszelf los en het gezicht moet gemasseerd, want dat is heel fijn. Ik vraag of het kind wil helpen met opruimen en het lukt! Voor nu vakantie! Tot over twee weken.

Alvast een liedje voor de volgende keer: Ik snoep ik tover en ik zing./ Ik tover met mijn toverring./ Ik swing, ik wrijf, ik tel tot vijf./ En ieder in de kring/verandert in een ding./ En dat is…

Wil je gamen met Aladdin? Kijk dan op deze link:

http://www.agame.com/game/aladdin-and-the-wonder-lamp

No comments yet.

Geef een reactie

:wink: :-| :-x :twisted: :) 8-O :( :roll: :-P :oops: :-o :mrgreen: :lol: :idea: :-D :evil: :cry: 8) :arrow: :-? :?: :!:


Subscribe

Subscribe to our e-mail newsletter to receive updates.

, , , , , , , , , , ,