Vrijdag, 11 april 2014


Combilessen (Les 13): Indianenindiaan V

We komen bij elkaar en zingen ons beginliedje ‘We gaan weer beginnen, is iedereen binnen?, ‘Goeiemiddag, kriebel, kriebel, kriebel’, ‘ en met de gitaar ons begroetingsliedje: ‘Wie ben jij?’. We zijn vandaag met z’n drieën, zonder  begeleider. We weten  allemaal nog wat de drie tekeningen aan de muur betekenen. De gitaar: het begin, het bewegende kind: we gaan vrolijk dansen en bewegen en de klok op tien voor half vijf: de les is klaar.

Vandaag gaan we naar de indianen. We praten over waar indianen in wonen. Wonen ze in een huis of een caravan misschien? Nee!  In een tent en die tent heet wigwam of tipi. We kijken naar een tekening van een indianentent.  Ik haal veren te voorschijn en vraag of iemand weet wat we daar mee moeten doen als we indianen zijn. Na even oefenen past er een veer in ieder zijn haar. Ik laat een tekening van een indiaan met verentooi zien.

We proberen of we als indianen uit Noord Amerika kunnen dansen: de two step. Je tikt de grond met je voet twee keer zacht aan om de aarde niet wakker te maken en dan zet je je voet neer,  dan doe je hetzelfde met je andere voet.  Een voor een maken we op de oceandrum met de klopper de muziek voor de stappen: twee zachte snelle tikjes en een hardere slag- tik tik boem. Als je niet drumt, dans je op de muziek.  We dansen ook met stampende voeten, hard, zacht, op de tenen, op de hielen, op de binnen- en op de buitenkant van de voet.  Huppelen kan ook. Bij een klap in de hand staan we stil. Twee klappen betekent de andere kant op. Dat gaat goed.  Dan een combinatie van zingen en dansen. Het liedje Witchy Tai Tai is van indianen uit Noord -Amerika en gaat over dat je dankbaar bent voor alles dat de natuur aan je geeft:  de lucht, de aarde, dat dat je sterk maakt, dat je krijgt maar ook geeft. Witchy Tai Tai Timorai, Hora nika Hora nika, he nay he nay , no I. Armen openen naar de hemel, naar de grond, twee armen die spierballen maken, twee handen en armen die geven en die je gekruist op je borst legt, dansend springend in een kring.

Als we in een cirkel dansen hoort daar eigenlijk ook een vuur bij. We maken het vuur en worden zelf de vlammen met langwerpige oranje doeken. Het is eerst een klein vuurtje met vlammetjes dat door ons blazen steeds groter wordt. We staan op onze tenen en bewegen de doeken hoger en hoger. Dan valt een vlam op iemands gezicht. Hij staat in brand! Waar is de brandweer? De brandweermannen komen eraan en we zingen: Te tu te tu te tu, mensen ga opzij, ik ben Jan de brandweerman ik moet er even bij! Ik ga een brandje blussen dat doe ik met een spuit. Pff, pff, pff, nu is het brandje uit.  Dat loopt gelukkig goed af. Maar, daar staat iemand anders in de fik! Opnieuw rukt de brandweer uit.

 Daarna maken we een totempaal, een paal die laat zien dat op deze plek een indianenfamilie woont.

We bouwen hem van opgerolde matten en proberen hem zo hoog mogelijk te maken en dansen er om heen. Tenslotte gooien we de totempaal expres om terwijl de indianentrom slaat.

Omdat de Indianen moe zijn pakken we allemaal een mat om op te slapen. We hebben net een tekening van een dromenvanger gezien. Een ronde cirkel met een spinnenweb met een gat in het midden. De cirkel kun je ophangen en onder het web hangen touwtjes met veertjes. Het web vangt alle boze dromen en zorgt dat als je slaapt je alleen goede en leuke dromen droomt.  De ochtendzon droogt de slechte dromen in het web op en laat ze via draden naar beneden op de grond glijden. Het is donker, de indianen  liggen op hun rug en schudden hun armen, voeten, benen en handen los. Gaap, gaap, een indiaan ligt onder een dekentje. De wind glijdt als een veertje langs zijn arm, zijn wangen, de zon wordt  heel langzaam wakker. Het bolletje van de zon wordt groter, groter, alleen haar gezicht is te zien en dan haar stralen en de zon draait rondjes met gestrekte armen, de hele ruimte door.

 We doen een actief liedje van de Maori’s, indianen uit Nieuw Zeeland. Epo i tai tai e, o epo i tai tai e. Epo i tai tai, epo i tukituki. Epo i tuki tuki e. De bewegingen erbij gaan steeds sneller.

We spoelen bij een ander indianenvolk aan. Ze zeggen aloha en we krijgen als gasten een bloemenketting om. We luisteren naar een liedje uit Tuvela, een heel klein eilandje in de Grote Oceaan, in de buurt van Hawaii. HIki hula heet het liedje. Hiki hula hiki , hula hiki hula. Hiki hula hiki, hula hiki hula. When I’m coming back to you. Pela mesa pula la kau. Hiki hula, hiki hula you. Onze armen en handen dansen als golfjes, of we zijn zelf een golf, we draaien met onze voeten en heupen.  

Iedereen is uitgeïndiaand en het is tijd! We schudden, kloppen en trillen alles van ons af met een HawaIIaanse ballade, heel rustig. ‘Dag allemaal, dat was het weer, dag tot de volgende keer!’ .

Alles over indianen      

http://www.kinderpleinen.nl/showPlein.php?plnId=134

Meer weten over Indianendansen? http://home.scarlet.be/jan.celis/files/indianen/Indidansen2004.pdf

juf Sandra

No comments yet.

Geef een reactie

:wink: :-| :-x :twisted: :) 8-O :( :roll: :-P :oops: :-o :mrgreen: :lol: :idea: :-D :evil: :cry: 8) :arrow: :-? :?: :!:


Subscribe

Subscribe to our e-mail newsletter to receive updates.

, , , , , , , , , , , , , , , , ,