Vrijdag, 12 september 2014


Combilessen (Les 23): Wij gaan Vissenvissen-doe-je-zo-mobile

Doel van de les: Spelen, dansen, zingen, verbeeldingskracht stimuleren, leren omgaan met dingen die je moeilijk vindt, samen een verhaal maken.

 Vandaag alweer de derde les. We beginnen op tijd en gaan net als de vorige keer met ons gezicht naar de ramen zitten met uitzicht op het water en de bomen buiten.  De drie tekeningen hangen aan de muur: een met de gitaar, een met een dansend lachend kind en een met een klok op vijf uur.

We zingen het namenliedje van de vorige keer, ik begin: Hallo Sandra. Ik ben Sandra! Kom erbij!  Na het liedje vertel ik dat we gaan vissen. We praten met elkaar over hoe je dat kunt doen: met een hengel en iets om ze mee te vangen, een haakje, met een boot en met iets groots.  ‘Een net’, zegt een kind. Dat gaan we vandaag doen: met een boot en net op zee. We begroeten eerst de zee.  Met onze tenen in de branding. ‘Mogen we dan ook in de golfjes zitten op het strand?’,  vraagt een kind.  We luisteren naar een watermuziekjes op CD en  zitten stil in de aanrollende golfjes op het strand.   ‘Mogen we liggen?” Ja, laten we dat doen!’. We rekken ons uit, gapen een beetje en een golf spoelt over ons heen. ‘Laten we naar de krabbetjes kijken ‘,  zeg ik, ‘en de kleine visjes, want die gaan we zo vangen met ons net’. We schuiven op ons buik de branding in, we kruipen over het zand, we worden kleine krabbetjes die af en toe over onze armen en nek kruipen en over onze benen zonder ons op te eten. . .De wind draait en ik zie kwallen, kleintjes. De kwallen willen met ons spelen en wij spelen met de kwallen en af en toe worden we zelf een kwal. We huppelen over ze heen, springen weer in het water en doen ze na met hun tentakels omhoog als we als een kwal op onze rug over de zeebodem zwemmen. We vissen met een klein schepnet. Het net teken ik  met houtskool op een papiertje. Het is klein. De kinderen willen met een groot net

We oefenen samen met het kleine net. Er moet een ander, vrolijk muziekje op. Het is Portugees en het gaat over de zee. Ondertussen dansen we Spaanse en Portugese dansjes met  veel gedraai van onze handen en gehuppel van onze voeten. We zijn net de springende visjes in onze schepnetjes. Eindelijk gaan we vissen met de grote vissersboot, ‘Is het blauwe doek de zee’,  vraagt een kind, ‘of  het net’, zeg ik. ‘We maken een hut met de doek’, roept het kind, ‘met de stoelen’,  hij vraagt het andere kind ons mee te helpen en zegt wat we moeten doen.’ Ja’, roep ik, ‘een vissershut, waar we kunnen wachten op de vissers en de  vis kunnen schoonmaken’. De kinderen zetten een visserspet of -hoedje op.  In een pet zitten ballonnen die we misschien later nog kunnen gebruiken. Een van de kinderen weet precies hoe we moeten varen  en vissen. Hij is de kapitein-visser Hij stuurt de motorboot heel hard door het water. Midden op zee zijn we heel stil en gooien ons net uit. De boot vaart een stukje verder en ligt weer stil. ‘Haal het net op en sluit het’, commandeert de kapitein. ‘Dichtdoen, anders vallen alle vissen eruit!’ We gehoorzamen onmiddellijk. We hijsen het grote net  aan boord en gooien het leeg op het dek. De kapitein kijkt even door een wc-rol, zijn verrekijker,’ is er nog een ander schip?’,  vraag ik. ‘Ja,  in de verte’,  gebaart hij. ‘Mag ik even kijken?’, vraag ik. Ik krijg de wc-rol en roep: ‘Piraten, er zijn piraten!’ De kapitein start de motor en stuurt de boot een kant op. ‘Nee!’,  roep ik ‘zo varen we naar ze toe, we moeten juist van ze af’. Een ander kind kijkt door de wc -rol, ‘ze zwaaien’, zegt ie. Enthousiast zwaaien terug. Ik zeg dat we beter geen vrienden met ze kunnen worden en de kapitein vaart nog wat harder weg van de piraten. Na een tijdje is het piratenschip niet meer te zien.  We vissen verder met het net. Als we genoeg vis aan boord hebben moeten we ze schoonmaken, ‘schillen’, zegt de kapitein, ‘fileren’. zeg ik. ‘Wat is dat?’, vraagt een kind. ‘Dat is als je met een mes een vis schoonmaakt zijn velletje eraf haalt en  hem in stukken snijdt’. De visjes zijn de ballonnen die ik niet te groot mocht opblazen. We hebben een witte, gele, oranje en groene vis. We hebben ons eigen systeem om de vis schoon te maken. Ik gooi de vis naar een kind en dat kind gooit het naar de kapitein die de vis in een emmer met water sopt en in een grote emmer gooit. De emmer is een rond waterxylofoontje. Een van de vissers wil een verhaal, de kapitein wil  verder vissen. Ik pak mijn gitaar en zing een paar waterliedjes: ‘Schuitje varen theetje drinken, varen we naar de overtoom, drinken we zoete melk met room, zoete melk met brokken , kindje mag niet jokken’. ‘Wat is dat jokken?’,  vraagt de kapitein. ‘Liegen’, zegt de visser. ‘Waarover heeft ie dan gelogen’, vraagt de kapitein. Ik zeg dat ik het niet weet, maar dat het mooi rijmt op zoete brokken.  ‘O, ik heb nog iets meegenomen om te laten zien’, roep ik, en ik laat twee ansichtkaarten zien: een  met een schilderij van Jacob Maris  met mensen op het strand die wachten op de vissersboten, en een van Jozef Israëls met kinderen die met een bootje spelen aan het strand. Het bootje van de kinderen lijkt precies op de grote boten op het andere schilderij. We kletsen over wat we zien op de kaarten. We zien dat het zeilboten zijn zonder motor! Wind heb je dan nodig. Samen zingen we het liedje: ‘Alles in de wind, alles in de wind, daar loopt het schipperskind, alles inde wind, alles in de wind, daar loopt het schipperskind. Kom hier Rosa, je bent m’n zusje, je ben m’n zusje, kom hier Rosa, je bent m’n zusje ja ja. O wat een pech o wat een pech nu is m’n zusje weg…’ enz. De kinderen spelen een voor een op de gitaar mee met het liedje. Een kind rent met het net hoog boven zich als het schipperskind. We rennen samen en verzinnen een spel: we moeten de visje (ballonen) vangen en die mogen niet van het grote blauwe doek in zee vallen! Er glipt vaak een visje van het doek af, maar dat houdt het spannend. We wisselen van rol. Nu mag ik voor en houdt het schipperskind het net van achteren vast. Het is tijd om te stoppen. Samen zingen we ‘Alle eendjes zwemmen in het water’. Daarna gaan we als een platte vis op de grond liggen en rekken ons uit tot ons kruintje en vingertoppen en  tenen…en laten weer los. We masseren ons gezicht, kloppen onze armen wakker, komen tot zit en kijken elkaar even aan. Een applausje voor elkaar en een schouderklopje: wat hebben we samen goed gevist.

Tot de volgende keer!

Met meer boten, meeuwen, mosselmannen…

 Schuitje varen

http://www.youtube.com/watch?v=1vkQWShfvWs

Alles in de wind

http://www.youtube.com/watch?v=3jb4m87cUvo

No comments yet.

Geef een reactie

:wink: :-| :-x :twisted: :) 8-O :( :roll: :-P :oops: :-o :mrgreen: :lol: :idea: :-D :evil: :cry: 8) :arrow: :-? :?: :!:


Subscribe

Subscribe to our e-mail newsletter to receive updates.

, , , , , , , , , , ,