Vrijdag, 16 mei 2014


Combilessen (Les 15): Indiannen lesindios

Vandaag is er een meisje te gast. We  zingen samen onze beginliedjes ‘We gaan weer beginnen, is iedereen binnen?, ‘Goeiemiddag, kriebel, kriebel, kriebel’, ‘ en op luchtgitaar ons begroetingsliedje: ‘Wie ben jij?’.

We liggen elk op een matje in ons eigen indianententje, ook wel wigwam of tipi genoemd. Een indiaantje heeft het licht uitgedaan, dus we liggen in het donker. We liggen in ons indianenbed, een indiaantje heeft de dekens over zich heen getrokken. Op lome trompetmuziek  rekken we ons uit, draaien op onze rug, op onze zij, gaan als een rups die door de grond kruipt met z’n kruintje naar voren, langzaam, rustig, soepel. Als we weer op onze rug liggen kietelen we de lucht met onze vingers, onze armen gestrekt, onze voeten recht onder onze knieën op de mat. Dan gaan ook onze tenen de lucht in en kietelen die samen met de vingers de lucht. De muziek stopt. We liggen weer op onze rug of buik op de mat Als we goed luisteren horen we de regen tikken tegen het tentdoek, zachtjes, harder. Langzaam komen we tot zit, we rekken ons uit, wrijven in onze ogen. We kruipen door het lage tentdeurtje naar buiten. Tijd voor de indianendans: de two-step. Stap, stap, BOEM. Wie kent hem nog? De indianen laten het een voor een zien. Elk heeft zijn eigen dans. Van oranje lappen maken we een kampvuur. De indianen  gaan soms in het vuur zitten en soms dansen rond het vuur. Dan speel ik het ritme op de djembé. We spelen en dansen met dynamiek: hard, zacht, hoog, laag, stilte. Twee indianen spelen een voor een op de djembé en laten ons dansen. Wat een plezier. Een andere indiaan kijkt toe of we niet toch bewegen bij de stops en geeft commentaar. We hebben indianennamen: Indiaan Korte Neus, Indiaan Witte Veer, Indiaan Rode Veer en Indiaan Zonder Naam. De djembé stopt.

                We komen terecht in het oerwoud. Indiaan Zonder Naam weet wat dat is. Er zijn heel hoge bomen, het is er vochtig en warm, net een sauna – Indiaan Zonder Naam houdt daar niet van. Omdat we niet goed om ons heen kunnen zien in het dichtbegroeide oerwoud, doen we leider – volger. Indiaan Rode Veer doet het voor met Indiaan Zonder naam. De andere indianen snappen het. Een kind loopt voorop, een ander kind  erachter. Het achterste kind legt zijn hand op de rug van het voorste kind. De hand vertelt naar welke kant het voorste kind moet lopen en hoe: langzaam, snel of achteruit. En soms of het kind moet stoppen. Na een tijdje draaien we het om: het voorste kind gaat leiden.

                Over riviertjes en beekjes gaan we, opeens voelt Indiaan Rode Veer iets op haar rug. Het is een Krokodil, hij is groen en blauw zegt Indiaan Zonder Naam. De Krokodil valt in het water. De indianen trekken dieper het oerwoud in. De lange bomen reiken zo hoog dat je de lucht niet meer kunt zien. Het is donker. Indiaan Witte Veer doet het licht uit.

W e zijn nu op de plek waar we wezen moeten ,midden in de jungle. Hier gaan de pygmeeën altijd op zoek naar lekkere dingen. Pygmeeën zijn kleine Indianen die niet groter worden dan Indiaan Zonder Naam. We luisteren ingespannen we naar de geluiden in het oerwoud. Eerst horen we heel veel geruis en getik: dat zijn de insecten en kleine beestjes en vogels in het oerwoud. We liggen ontspannen op ons rug op onze matjes en luisteren verder. Langzaam komt het geluid van de zingende stemmen van de Pygmeeën dichterbij. Omdat ze geen mobiele telefoon hebben praten ze over lange afstanden met elkaar door te zingen. Het is een vraag en een antwoord spel. We proberen het ook. Wat klinkt dat mooi! Het echoot ook zo goed in het hoge oerwoud. Indiaan Zonder Naam luistert, glimlacht en zingt. Indiaan Wiite Veer en Indiaan Korte Neus worden ook steeds enthousiaster. De stemmen klinken door elkaar. Ineens vindt Indiaan Rode Veer aardbeien laag op de grond. Ze zingt een voor een naar de andere indianen over haar vondst. ‘Zullen we een taart maken?’. ‘Een aardbeientaa-aart?’ Alle indianen vinden dat een goed idee. Ze komen bij elkaar en overleggen wat er nog meer in de taart moet en plukken heel veel aardbeien van de grond. Pluk, pluk, pluk!  Die-de-le-die-de-le-dom, be-slag in de kom, be-slag in de pan, daar ma-ken we aard-beien-slag-room-taart van! Psssssssst met heel veel slagroom en klaar is de taart. We vergeten de taart helemaal op te eten. Indiaan Rode Veer wil nog op zoek naar de Zeearend en het liedje Witch Tai Tai zingen en wat nog niet meer…

Maar als een indiaan wil stoppen, willen de anderen dat een voor een ook.

We schudden en trillen alle indianen- en oerwouddingen van ons af : onze armen en benen gooien we weg, ons hoofd laten we naar voren hangen, de nek los, nog even een zachte massage van ons gezicht met onze handen. ‘Dag allemaal, dat was het weer, dag tot de volgende keer!’ .

Wil je horen hoe Pygmeeën zingen? Luister naar http://www.youtube.com/watch?v=98Xj_oLkRT4

en bekijk de film BAKA: People of the Rainforest:  http://www.youtube.com/watch?v=n1l-E-7vcxY

No comments yet.

Geef een reactie

:wink: :-| :-x :twisted: :) 8-O :( :roll: :-P :oops: :-o :mrgreen: :lol: :idea: :-D :evil: :cry: 8) :arrow: :-? :?: :!:


Subscribe

Subscribe to our e-mail newsletter to receive updates.

, , , ,