Vrijdag, 21 maart 2014


Combilessen (Les 10): Lente4 april 1

We komen bij elkaar en zingen ons beginliedje ‘We gaan weer beginnen, is iedereen binnen?’ en met de gitaar ons begroetingsliedje: ‘Wie ben jij?’. We zijn vandaag met z’n tweeën, ik denk omdat het zo mooi weer is. We kloppen ons lichaam wakker, de armen, de benen,de handen, de tenen.

Vandaag gaat het over vandaag. 21 maart. De lente! Ik heb drie tekeningen meegenomen. Ik laat de eerste zien. Wat staat erop? Een mol! We praten over wat de mol kan en doet, hoe hij er uitziet, over zijn vacht, waar ie woont, waar ie van houdt. Of hij goed kan kijken. We zijn zelf ook even de mol. We graven als een stofzuiger met ons kruintje recht vooruit laag over de grond naar voren. Dan kijken we links en rechts over onze schouder naar alle aarde die we opzij hebben geschoven. Ons hoofd weer naar de grond gericht, drukken we ons met onze handen weg van de grond naar achteren. We glijden terug. Dan weer op handen en voeten als een tafeltje en langzaam, heel langzaam, terwijl we onze rug en ons hoofd recht houden, komen we weer tot een dubbel gevouwen zitstand, onze billen eerst natuurlijk. We liggen plat gevouwen op de grond en nu gaan we weer laag over de grond met onze kruin naar voren. We duwen de aarde weg. Zo gaan we een aantal keren heen en weer.

Om uit te rusten zingen we even een liedje met de gitaar, als mollen onder elkaar helpen we elkaar: Molletje:

Onder de grond, onder de grond,

daar woont de mol met z’n jasje van bont.

Graaft er een gang, tien meter lang.

Zand op z’n snuitje en zand op z’n wang.

Molletje kan bijna niet zien, dat is toch gevaarlijk misschien, molletje straks stoot je je kop.

Zet voortaan altijd je bril maar op.

We oefenen met graven, een gang van tien meter lang, dat we niets zien en het stoten van onze kop en het bril opzetten.  We maken de bijpassende bewegingen. We doen het liedje ook met de djembé. Die vertelt of de mol woont, graaft, z’n kop stoot.

De volgende tekening is een bol, maar het lijkt een ui. Toch is het een bloembol, want er groeien  blaadjes uit met een mooie bloem in het midden. We oefenen even met de blaadjes die uit de bol groeien. Je kan het doen met je handen, met je vingers als blaadjes die langzaam open gaan. Je kunt het ook doen met je hele lichaam. Je benen zijn dan de wortels, je romp de bol, je armen de blaadjes en je hoofd de bloem. Dat gaat fantastisch. De bloembol groeit en groeit tot ie niet meer  verder kan. Hoog op je tenen en je armen en vingers die maar naar het licht blijven groeien. Je hoort aan de melodica, waarop we om de beurt blazen, of de bloem opent of dichtgaat en of ie dat in een keer doet of hortend en stotend. Gaan de tonen omhoog? De bloem groeit en opent naar het licht. Gaan de tonen omlaag? De bloem sluit en wordt weer een bolletje.

We doen een spelletje met het liedje Bolletjes. ‘Er zitten bolletjes in de grond, te slapen, te slapen. Er zitten bolletjes in de grond overal in ‘t rond. Wakker worden, wakker worden, hoor de vogeltjes zingen. Hoor de vogeltjes fluiten, zet de bloemetjes buiten.’ We zijn allemaal een bloembol en we slapen tot iemand ons wakker tikt, dan bloeien we open.

De laatste tekening is van een vogeltje in het riet. We onderzoeken wat voor geluiden pasgeboren vogeltjes maken en wat ze te eten krijgen en hoe ze dat opeten. Het is fijn om samen te verzinnen en aan elkaar voor te doen hoe dat voeden van de nieuwe vogeltjes door de mama en papavogel in z’n werk gaat. Een vogeltje moet natuurlijk ook leren vliegen. Dat is lastig. De djembé laat de aanloop horen van de vogel, het gefladder, de klap als het in de lucht springt,probeert te vliegen en weer neerploft.  Met de gitaar zing ik het liedje Vliegen. ‘Dag kleine vogel waarom vlieg je niet? Je kijkt zo verdrietig, eenzaam tussen het riet. Zal ik je helpen, vliegen door de lucht? Ik geef je wel een zetje, dan gaan we vliegensvlug. Boven de wolken, hoog in de lucht, over de bergen, kom je nog eens terug?’ We leggen de tekeningen van de wolken en de bergen in de juiste volgorde. Nu kan het vliegen beginnen. De kleine vogel probeert het eerst met een vleugel, hij gebruikt z’n adem erbij, dan met de andere vleugel, met twee vleugels. Adem in, adem uit. Een kleine beweging, een grote beweging, van hoog naar laag, vanuit z’n hart naar omhoog en weer omlaag, met en zonder draaien, staand , lopend. Mama en papavogel komen er bij en helpen de kleine vogel. En dan komt het moment: We zijn los! We vliegen naar een tak en weer terug naar het nest.

Nog een laatste liedje: Lente is weer  in ‘t land! We dansen en zingen. We tjilpen als echte vogels.

Het is tijd. We kloppen de vleugels van ons af, masseren ons gezicht,we schudden alles los. Als laatste wrijven we over onze knieën en voeten. Daag! Volgende keer meer lente. En een feestje!

Wil je het Lenteliedje zingen? Kijk dan op http://www.youtube.com/watch?v=hZxLTKPCTps

Het kan ook in canon.

juf Sandra

2 Responses to Vrijdag, 21 maart 2014

  1. M louwers 22 februari 2015 at 16:44 #

    Ik zou graag de akkoorden willen van het liedje onder de grond……
    Dan kan ik het ook zingen en begeleiden voor een voorleesproject op een kinderdagverblijf dat ik als vrijwilliger ga doen, ik kan ze nergens vinden nl.
    Bij voorbaat dank
    monique louwers

    • Marina 25 februari 2015 at 22:40 #

      Dag Monique,
      Wat leuk, dat het jou op een idee brengt!
      Je zou contact kunnen opnemen met onze docente Sandra Stark en vragen, of ze nog akkoorden voor je heeft.
      Succes,
      MVS

Geef een reactie

:wink: :-| :-x :twisted: :) 8-O :( :roll: :-P :oops: :-o :mrgreen: :lol: :idea: :-D :evil: :cry: 8) :arrow: :-? :?: :!:


Subscribe

Subscribe to our e-mail newsletter to receive updates.

, , , , , , , , , , , , , , , , , , ,